Fien is 5 jaar en heeft een autismespectrumstoornis. Telkens je een beeldende activiteit wil ondernemen, weigert Fien deel te nemen. “Ik kan dat niet!” “Ik wil niet!”

Tekenen, schilderen, kleien … Je probeert verschillende beeldende technieken uit. Er moet toch iets zijn dat ze graag doet? Haar ouders beamen het gedrag van Fien: ze ‘knutselt’ niet graag.

Fien eindigt boos op de bank. Je wordt stilaan moedeloos, maar ook gefrustreerd omdat je voelt dat er meer in zit. Fien heeft oog voor detail en kan zeer nauwkeurig werken. En zijn er veel kunstenaars niet (een beetje) autistisch?

Het praktijkonderzoek dat ik hier zal beschrijven, heeft als doel ondersteuning te bieden aan de leraar kleuter- en lager onderwijs in het beeldend werken bij kinderen met een autismespectrumstoornis. Meer nog, het beoogt succeservaringen bij het kind, de leerkracht én de ouders.

Ik vond vragende partijen in het Gewoon en het Buitengewoon Onderwijs. Concreet werkte ik samen met Freinetschool De Boomgaard uit Gent en het Multifunctioneel Centrum Sint-Gregorius uit Gentbrugge.

Ik maak eerst een korte schets van de autismespectrumstoornis. Vervolgens ga ik in op de obstakels die dit teweegbrengt bij beeldend werken en hoe je die obstakels kan ‘omdenken’ in handvaten, zoals het verschil in zintuiglijke waarneming en verwerking.

Er is geen pasklaar antwoord op de vraag hoe je beeldend werken bij kleuters met een autismespectrumstoornis kan ondersteunen. Er zijn echter wel handvaten, tips en tricks, die mogelijkheden bieden om je activiteit autismevriendelijker te maken.

Als leerkracht is het van belang het kind niet te willen veranderen, maar te kijken vanuit zijn of haar perspectief. Dat kost enig (autistisch) denkwerk, maar de succeservaring voor jezelf als leerkracht, voor het kind (en zijn zelfbeeld) én de ouders is het meer dan waard.